Klaas Bruinsma

bruinsma Homêrus – Ilias & Odusseia Oerset troch Klaas Bruinsma. 2 dln. Utjouwer Steven Sterk, 2004

De Griekse dichter Homerus schiep ongeveer 800 v. Chr. zijn wereldberoemde epische gedichten over helden en goden: de Ilias en Odyssee. De Ilias gaat over de belegering van Troje door de Grieken na de schaking van Helena, maar vooral over de ruzie tussen de Griekse held Achilles en aanvoerder Agamemnon. De Odyssee is het verhaal van de avontuurlijke thuisbruinsma-homerosodreis van Odysseus, die er tien jaar over doet om na de val van Troje weer thuis te komen op Ithaka.

Het lijkt onbegonnen werk om de oorspronkelijke tekst, geschreven in hexameters, in hetzelfde metrum in goed leesbaar Fries te vertalen, maar vertaler Klaas Bruinsma is daar na jarenlange arbeid toch in geslaagd en dat is een prestatie van wereldformaat. Natuurlijk, door de vaak kunstmatige zinsbouw, door de overdreven aandoende beschrijvingen, woordkeus en beeldspraak doet deze Friese vertaling ons wellicht ouderwets aan. Aan de andere kant zit er een zekere lichtheid en speelsheid in de Friese tekst. Eenmaal gepakt door het metrum en de manier van vertellen leest de tekst steeds vlotter en gaan de oude verhalen leven als in een film.

bruinsma-gortermaaieHerman Gorter – Mei-Maaie Oersetting fan Klaas Bruinsma(1998)

Een Friese vertaling van de Mei van Gorter(1864-1927), het bekende lyrische gedicht van ruim vierduizend regels over Mei, een meisje dat geboren is uit de zon en de maan na de begrafenis van haar zusje April. Na een ontmoeting met de dichter in het eerste deel zwerft Mei door het Walhalla, waar ze onder andere de blinde Germaanse god Balder ontmoet, die haar afwijst. In het derde en laatste deel is Mei weer terug op de aarde, waar ze de dichter weer ontmoet. Als Juni eraan komt, graaft de dichter een graf voor Mei aan het strand.

Er komen nogal wat zinnen met aparte zinsbouw en neologismen (een kenmerk van de Tachtigers) in voor, terwijl de inhoud soms een wat duistere filosofische en mythologische strekking heeft. Desondanks wordt de Mei vanwege de lyriek, de natuurbeschrijvingen, de melancholie, de beelden (hoewel soms voor ons misschien wat overdreven) wel het hoogtepunt van de Tachtigers genoemd. Classicus Klaas Bruinsma (1931), die al meer voortreffelijke vertalingen maakte, onder meer van Sofokles en de Beatrijs, heeft zijn uitstekend leesbare vertaling naast het origineel opgenomen. In een korte inleiding geeft hij nuttige informatie over Gorter en zijn Mei.

Karel en Elegast Ridderroman. Yn oersetting fan Klaas Bruinsma (1994)

Bruinsma, die eerder Van den vos Reynaerde, de Esopet en Beatrijs uit het Middelnederlands in het Fries vertaalde, maakte nu een Friese vertaling van de Middelnederlandse ridderroman Karel ende Elegast. Het is het verhaal van Karel de Grote die van een engel opdracht krijgt om te gaan stelen. Geholpen door een verbannen leenman Elegast komt Karel er op deze manier achter dat zijn zwager Eggerik een staatsgreep gepland heeft.

De vertaling leest vlot, ook door een consequent metrum, dat Bruinsma makkelijker leesbaar maakt door het aangeven van elisies. Het gepaarde rijm uit het origineel weet Bruinsma vrijwel overal zonder al te veel rijmdwang te handhaven. Een enkel ouderwets woord wordt in een noot achterin verklaard. In de inleiding geeft Bruinsma in een notendop gedegen informatie over het genre van de middeleeuwse Karelroman. Op deze moderne Friese vertaling mogen moderne Nederlandstaligen jaloers zijn. (1994)

Sophocles – Trije trageedzjes Oerset troch Klaas Bruinsma (1991)

Klaas Bruinsma is Frieslands bekendste vertaler. Nu heeft hij drie tragedies van Sophocles uit het Grieks vertaald in het Fries. Het zijm Philoctetes, Koning Oedipus en Oedipus te Colonus. In een inleiding schetst Bruinsma eerst kort het leven en werk van Sophocles en hij wijst op een eerdere Friese vertaling van Koning Oedipus. Voor elk stuk staat een korte inhoud en een analyse van het desbetreffende stuk. In zijn vertaling heeft Bruinsma niet het oorspronkelijke metrum van zes jamben aangehouden, maar gekozen voor vijf jamben per versregel. De koren zijn zelfs op rijm gemaakt, zodat die makkelijk op muziek gezet kunnen worden.

Bruinsma heeft een knap stuk werk geleverd: de stukken lezen prettig en een enthousiaste regisseur zal met de stukken aan de slag kunnen gaan om er gave Friese toneelvoorstellingen van te maken. In de eerste plaats denk ik hierbij aan ‘Philoctetes’ dat in een traditionele of misschien meer nog in een moderne enscenering een eind-twintigste-eeuws publiek zeker zal weten te boeien.

Sa bist Fryske oersetting fan de Esopet (1275) troch Klaas Bruinsma (1985)

Klaas Bruinsma heeft zijn sporen als vertaler in het Fries al wel verdiend. Naast Engelse en Spaanse teksten vertaalde hij jaren geleden de Reynaert uit het Middelnederlands. Nu heeft hij da 67 fabels uit de Middelnederlandse Esopet in het Fries vertaald. Bruinsma blijft dicht bij het origineel zonder in een verwrongen Fries te vervallen, zelfs niet bij het handhaven van het gepaard rijm. Wel maakt hij zo nu en dan gebruik van wat minder bekende woorden en kort hij woorden wel eens ongebruikelijk af ter wille van het ritme van een zin, maar nergens is dat echt storend.

De fabels, dierverhaaltjes met een moraal, waaronder die van de vos en de kraai, de wolf en het lam, de leeuw en het paard, zijn over het algemeen wel bekend. In de 17e eeuw bewerkte de Franse Lafonfaine de fabels in dichtvorm en van die bewerking verschenen, ook in diverse vertalingen, in de negentiende eeuw prachtige uitgaven met illustraties van Gustave Doré. Van die bekende illustraties van Doré sieren talloze deze bundel in het Fries vertaalde fabels die een grote lezerskring verdienen.